ECLI:NL:CRVB:2006:AX9573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens eigen toedoen niet behouden dienstbetrekking
Appellant was in dienst bij Stichting BOKA en nam op 9 december 2003 ontslag met onmiddellijke ingang. Hij vroeg vervolgens bijstand aan, waarop het College van burgemeester en wethouders van Utrecht de uitkering toekende maar met ingang van die datum met 100% verlaagde voor de duur van een maand, omdat appellant door eigen toedoen zijn arbeid niet had behouden.
Appellant voerde aan dat zijn gezondheidstoestand het ontslag noodzakelijk maakte, maar de Raad oordeelde dat de medische verklaringen onvoldoende bewijs boden voor een acute medische noodzaak op het moment van ontslag. De Raad stelde vast dat appellant te lichtvaardig had gehandeld en een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid had getoond.
De Raad bevestigde dat het College op grond van artikel 18, tweede lid, van de WWB en de Afstemmingsverordening terecht de bijstand had verlaagd. Er waren geen dringende redenen om van de verlaging af te zien of het percentage te verlagen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met 100% voor de duur van één maand wordt bevestigd.