ECLI:NL:CRVB:2006:AX9598
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en vermogenstoets
Appellante ontving sinds 1993 een bijstandsuitkering die in 2000 werd beëindigd. Het College van B&W Zoetermeer trok in 2003 de bijstand over de periode 1 oktober 1998 tot en met 13 april 1999 in en vorderde de kosten terug omdat appellante niet had gemeld dat zij beschikte over vier spaarrekeningen met tegoeden die haar vrij te laten vermogen overschreden.
Appellante voerde aan dat de tegoeden aan familieleden toebehoorden en dat haar gezondheidstoestand haar verhinderde de tegoeden te melden. De Raad oordeelde dat de rekeningen op haar naam stonden en dat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet over de tegoeden kon beschikken. Ook was er geen medische reden die haar meldingsplicht verhinderde.
De Raad stelde vast dat appellante de inlichtingenplicht had geschonden en dat het College terecht de bijstand had ingetrokken en teruggevorderd. Dringende redenen om van intrekking af te zien waren niet aanwezig. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.