ECLI:NL:CRVB:2006:AX9635
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstand wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Appellant ontving bijstand als alleenstaande ouder en erfde een bedrag na het overlijden van zijn moeder. Het College beëindigde de bijstand per 1 april 2003 en vorderde terugbetaling over de periode daarvoor, omdat appellant het beschikbare vermogen te snel had ingeteerd.
Na een nieuwe aanvraag toegekend met een maatregel van 20% weigering gedurende 12 maanden, stelde appellant bezwaar in tegen deze maatregel. Het College verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank bevestigde dit. In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellant inderdaad een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft getoond door te snel over het vermogen te beschikken.
De Raad volgt het College in de berekening van het vermogen en de interingsperiode, wijst het beroep af en bevestigt de opgelegde maatregel. Er is geen sprake van dringende redenen om de maatregel te matigen of af te zien. Ook is geen schending van het vertrouwensbeginsel vastgesteld. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de maatregel van 20% weigering bijstand gedurende 12 maanden wordt bevestigd.