ECLI:NL:CRVB:2006:AY0142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet-beschikbaarheid voor arbeidsmarkt
Appellante, voormalig zorgassistente, viel op 6 november 2002 uit wegens psychische klachten en haar dienstverband eindigde op 30 april 2003. Zij vroeg op 9 november 2003 een WW-uitkering aan, maar het Uwv weigerde deze omdat zij zich niet beschikbaar stelde voor werk, wat zij zelf ook verklaarde tijdens een telefoongesprek op 24 november 2003.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde vast dat appellante zich niet beschikbaar stelde vanwege haar ziekte, ondanks ingediende sollicitatiebrieven die geen reële beschikbaarheid aantonen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel aan de voorwaarden voldeed en dat het telefoongesprek niet met haar, maar met haar echtgenoot was gevoerd.
De Raad oordeelde dat appellante voldoende was gewezen op haar verplichting tot beschikbaarheid en dat uit de stukken duidelijk bleek dat zij niet reëel beschikbaar was. De stelling dat het telefoongesprek met haar echtgenoot was gevoerd werd niet geloofd. De Raad bevestigde daarom de weigering van de WW-uitkering en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens het ontbreken van reële beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt.