ECLI:NL:CRVB:2006:AY0163
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Overheidswerkgever als belanghebbende bij WW-uitkeringsbesluit
Betrokkene, een buschauffeur, viel uit wegens ziekte en ontving een WAO-uitkering. Na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst vroeg hij een WW-uitkering aan, welke door het UWV werd afgewezen omdat hij op de eerste werkloosheidsdag een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving.
De werkgever maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar de rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de werkgever geen rechtstreeks belang zou hebben bij het besluit. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en oordeelt dat de overheidswerkgever vanwege zijn eigenrisicodragerschap en de financiële consequenties van WW-uitkeringen wel degelijk als belanghebbende moet worden beschouwd.
De Raad baseert dit op artikel 1:2 van Pro de Awb en artikel 97b van de WW, waarin is bepaald dat de kosten van WW-uitkeringen worden verhaald op de overheidswerkgever. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Breda voor verdere behandeling.
De Raad wijst tevens het door de werkgever betaalde griffierecht aan het UWV toe. Hiermee wordt het belang van een heldere en praktische invulling van het begrip belanghebbende in sociale zekerheidszaken benadrukt.
Uitkomst: De overheidswerkgever wordt als belanghebbende erkend en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Breda.