ECLI:NL:CRVB:2006:AY0272
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstand met terugwerkende kracht zonder bijzondere omstandigheden
Appellant heeft zich op 12 maart 2003 gemeld bij het CWI voor een WW-uitkering, maar na het afzeggen van een intakegesprek op 18 april 2003 nam hij geen contact meer op. Op 10 oktober 2003 heeft een gemachtigde een bijstandsuitkering aangevraagd, met terugwerkende kracht vanaf 12 maart 2003 tot 1 november 2003. Het College kende bijstand toe vanaf 10 oktober 2003, zonder bijzondere omstandigheden voor eerdere toekenning.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van het College ongegrond en appellant ging in hoger beroep. De Raad overweegt dat volgens vaste rechtspraak bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt verleend, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen.
De Raad sluit zich aan bij de rechtbank dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn en bevestigt dat de ingangsdatum van de bijstand terecht op 10 oktober 2003 is gesteld. De aangevoerde argumenten in hoger beroep brengen geen nieuw inzicht en het hoger beroep wordt verworpen. De proceskosten worden niet aan appellant opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van terugwerkende kracht bij de bijstandsuitkering wordt bevestigd.