ECLI:NL:CRVB:2006:AY0961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit bijstand wegens gebrekkige motivering en onjuiste peildatum
Appellante ontving bijstand vanaf 13 maart 2001, waarbij haar vermogen werd vastgesteld op f 7.000,--. Na boedelscheiding in het najaar van 2001 kreeg zij een bedrag van € 28.554,73 toegekend. Het College herzag het recht op bijstand en besloot tot terugvordering over de periode 13 maart 2001 tot 18 juni 2002, zonder het bedrag te specificeren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het College het terugvorderingsbesluit onvoldoende heeft gemotiveerd en het bedrag niet heeft genoemd, in strijd met artikel 7:11 Awb Pro.
Daarnaast is de peildatum voor het vermogen onjuist vastgesteld op de aanvangsdatum van de bijstand, terwijl dit de datum van inschrijving van het echtscheidingsvonnis in de openbare registers had moeten zijn, omdat de aanspraak op de boedel pas daarna ontstond. De Raad overweegt ook dat betalingen aan de moeder van appellante als onverplicht moeten worden beschouwd en dat het College in het nieuwe besluit rekening moet houden met persoonlijke en financiële omstandigheden van appellante als mogelijke dringende reden om terugvordering geheel of gedeeltelijk achterwege te laten.
De Centrale Raad vernietigt het besluit van 4 november 2003 en gelast het College een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellante en bepaalt vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit wordt vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.