ECLI:NL:CRVB:2006:AY1703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding tussen zusters
Appellanten, twee zusters wonende te Olst, ontvingen elk een AOW-pensioen berekend naar de norm voor ongehuwden. Na het overlijden van hun zuster die ook een AOW-pensioen ontving, besloot de Sociale Verzekeringsbank (SVB) hun pensioenen te herzien naar de gehuwde norm op grond van het voeren van een gezamenlijke huishouding sinds 11 april 2000.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten tegen deze herziening ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellanten hun hoofdverblijf in één woning hebben en aan het criterium van wederzijdse verzorging voldoen, onder meer door gezamenlijke bankrekeningen en gezamenlijke huishoudelijke activiteiten.
De Raad oordeelde dat de overgangsregeling niet van toepassing is op de situatie van appellanten en dat de SVB bevoegd was de pensioenen met ingang van 1 april 2004 te herzien. Er was geen sprake van strijd met het rechtszekerheids- of vertrouwensbeginsel. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De herziening van het AOW-pensioen van ongehuwde naar gehuwde norm wordt bevestigd wegens gezamenlijke huishouding.