ECLI:NL:CRVB:2022:1353
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing kostendelersnorm bij ontbreken schriftelijke huurovereenkomst
Appellant ontving bijstand sinds 2012 en woonde met een ander (X) op het uitkeringsadres. Het college stelde dat er sprake was van een gezamenlijke huishouding en paste vanaf 1 september 2017 de kostendelersnorm toe, wat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand.
Appellant stelde dat er sprake was van een commerciële huurrelatie met X, ondersteund door een huurovereenkomst uit 2019, maar deze bestond niet in de relevante periode. De Raad oordeelde dat een mondelinge huurovereenkomst niet volstaat om een commerciële relatie aan te nemen en dat het ontbreken van een schriftelijke overeenkomst de toepassing van de kostendelersnorm rechtvaardigt.
Het rechtszekerheidsbeginsel verplicht het college niet om bijstand ongewijzigd voort te zetten ondanks eerdere onjuiste inschattingen. De Raad verwierp het beroep en bevestigde het besluit van het college. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm wegens het ontbreken van een schriftelijke huurovereenkomst.