ECLI:NL:CRVB:2006:AY2629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WW-uitkering wegens onjuiste urenopgave
Appellant ontving vanaf 2 oktober 2000 een WW-uitkering en trad per 1 juni 2002 in dienst als hypotheekadviseur voor 20 uur per week, later omgezet naar een contract voor onbepaalde tijd. Naar aanleiding van een anonieme melding startte het UWV een onderzoek naar het aantal werkelijk gewerkte uren. Dit leidde tot observaties, getuigenverhoren en een rapport waarin werd vastgesteld dat appellant gemiddeld 30 uur per week werkte, terwijl hij slechts 20 uur opgaf.
Het UWV herzag daarom per 8 maart 2004 de WW-uitkering en vorderde een bedrag van €11.251,13 terug over de periode juni 2002 tot januari 2004. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden ongegrond verklaard door het UWV en later ook door de rechtbank Assen.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep bracht appellant geen wezenlijk nieuwe argumenten naar voren. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat de eerste verklaring van appellant, waarin hij de urenopgave deed, meer bewijskracht heeft dan latere nuanceringen. Ook werd het onderzoek als zorgvuldig beoordeeld. De Raad stelde dat de aanwezigheid en beschikbaarheid voor klanten, ook al werden soms privéwerkzaamheden verricht, als arbeid in de zin van de WW moet worden gezien.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees de vordering van appellant af. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van de WW-uitkering wordt bevestigd.