ECLI:NL:CRVB:2006:AY2633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit over verwijtbare werkloosheid op grond van WW
Appellant was als magazijnmedewerker in dienst bij Coopervision Nederland B.V. met een tijdelijk contract dat niet werd verlengd. Het UWV weigerde aanvankelijk een WW-uitkering omdat appellant volgens hen verwijtbaar werkloos was geworden. De rechtbank Dordrecht verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het overlijden van de vader van appellant zijn functioneren beïnvloedde maar hem niet volledig vrijpleitte.
In hoger beroep betwist appellant dat hem verwijt kan worden gemaakt voor het niet behouden van zijn baan, ondanks persoonlijke omstandigheden. De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat de werkgever zelf twijfels had over de reden van het ontslag en dat appellant niet ondubbelzinnig is gewaarschuwd voor het niet verlengen van het contract.
De Raad concludeert dat appellant niet door eigen toedoen zijn arbeid heeft verloren en dat de werkloosheid hem niet kan worden verweten. Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen. Tevens wordt appellant het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen waarbij appellant recht heeft op WW-uitkering.