ECLI:NL:CRVB:2006:AY3111
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht WAJONG-uitkering bij late aanvraag door borderline stoornis
Appellante vroeg op 9 december 2001 een WAJONG-uitkering aan met een opgegeven arbeidsongeschiktheidsdatum in 1985. Het UWV kende de uitkering toe per 9 december 2000, één jaar voor de aanvraagdatum, en verklaarde bezwaar tegen deze ingangsdatum ongegrond. Appellante stelde dat haar borderline stoornis haar belemmerde om eerder een aanvraag te doen, omdat zij geen inzicht had in haar arbeidsongeschiktheid.
De Raad overwoog dat appellante gedurende meer dan tien jaar aanzienlijke beperkingen ondervond en dat het haar duidelijk had moeten zijn dat zij arbeidsongeschikt was. De diagnose borderline stoornis in 2001 veranderde niets aan de ernst van haar klachten. Ook het feit dat zij een bijstandsuitkering kon aanvragen, weegt mee in het oordeel dat zij niet onredelijk te laat was met haar WAJONG-aanvraag.
De Raad concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een terugwerkende kracht verder dan één jaar voor de datum van de aanvraag rechtvaardigen. Onbekendheid met de regelgeving is voor rekening van appellante. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAJONG-uitkering niet verder terugwerkend wordt toegekend dan één jaar voor de aanvraagdatum.