ECLI:NL:CRVB:2010:BL6775
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van de Kerkhof
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning en beëindiging Wajong-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid door een lichte verstandelijke beperking, depressie en angststoornis. Het UWV wees aanvankelijk een uitkering toe met terugwerkende kracht van een jaar, maar herzag dit besluit later en beëindigde de uitkering per 5 augustus 2008 omdat de arbeidsongeschiktheid volgens een schattingsbesluit minder dan 25% bedroeg.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het tweede besluit af. In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank ten onrechte het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk verklaarde en dat haar toelating tot de Wsw-doelgroep een indicatie is voor haar arbeidsongeschiktheid.
De Raad oordeelde dat appellante wel procesbelang had bij het eerste besluit, maar dat geen sprake was van een bijzonder geval voor een eerdere ingangsdatum van de uitkering. De toelating tot de Wsw-doelgroep gaf geen doorslag bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid. De Raad bevestigde dat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 25% was en dat de beëindiging van de uitkering terecht was. Het beroep werd voor het eerste besluit ongegrond verklaard en voor het tweede bevestigd. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toekenning van de Wajong-uitkering met terugwerkende kracht wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de uitkering wordt bevestigd.