ECLI:NL:CRVB:2006:AY3570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding afgewezen
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht, maar betaalde het griffierecht niet binnen de gestelde termijn, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard door de Raad. Vervolgens diende appellant verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De Raad beoordeelde het verzet en stelde vast dat het verzetschrift te laat was ingediend, namelijk na de zeswekentermijn die liep van 19 oktober 2005 tot en met 29 november 2005. Het verzetschrift werd pas op 12 december 2005 ontvangen, waardoor de termijn was overschreden.
Appellant gaf geen reden voor de overschrijding, ondanks een verzoek daartoe. De Raad oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en verklaarde het verzet niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 juli 2006, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare redenen.