ECLI:NL:CRVB:2011:BP5164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische urenbeperking
Appellante, die sinds 1999 vanwege rugklachten niet meer voltijds kon werken, kreeg een WAO-uitkering toegekend. Het UWV trok deze uitkering in 2007 op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
De rechtbank stelde een deskundige aan die geen medische redenen vond voor een urenbeperking naast de reeds aangenomen beperkingen. De bezwaarverzekeringsarts betwijfelde de urenbeperking vanwege gebrek aan onderbouwing en het ontbreken van een verhoogd uitvalrisico.
De Raad overwoog dat de Standaard Verminderde Arbeidsduur van het UWV een beleidsdocument is, maar dat de bestuursrechter niet daaraan gebonden is. De Raad volgde het oordeel van de deskundige dat er onvoldoende medische gronden zijn voor een urenbeperking en dat de voorgehouden functies in overeenstemming zijn met de vastgestelde beperkingen.
De Raad zag geen aanleiding het bestreden besluit onjuist te achten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de intrekking van de WAO-uitkering stand hield.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens het ontbreken van medische gronden voor een urenbeperking.