ECLI:NL:CRVB:2006:AY3906
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht afgewezen
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen, maar betaalde het griffierecht van €102 niet binnen de gestelde termijn. De Raad verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Appellant deed hiertegen verzet en voerde aan dat financiële omstandigheden geen belemmering mogen zijn voor toegang tot de rechter.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het griffierecht niet zo hoog is dat het de toegang tot de rechter wezenlijk belemmert, verwijzend naar eerdere jurisprudentie van de Europese Commissie voor de rechten van de mens. Verder was appellant niet tijdig in gebreke gesteld of verzocht om uitstel, ondanks dat hij pas later melding maakte van een aanvraag bijzondere bijstand.
Op grond hiervan oordeelde de Raad dat het verzet ongegrond is en dat het verzuim appellant kan worden tegengeworpen. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee leden van de Raad, en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2006.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard vanwege niet tijdige betaling van het griffierecht.