ECLI:NL:CRVB:2006:AY3914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- W.I. Degeling
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek ontheffing arbeidsverplichtingen bijstand
Appellant, een bijstandsgerechtigde, verzocht het College om ontheffing van de arbeidsverplichtingen zoals neergelegd in artikel 9 van Pro de WWB. Dit verzoek werd afgewezen omdat artikel 9 van Pro de WWB nog niet van kracht was en de bepalingen van de Abw (artikelen 107 en 113) van toepassing waren. Het College oordeelde dat geen medische of sociale omstandigheden aanwezig waren die ontheffing rechtvaardigen.
Appellant stelde zich op het standpunt dat hij geen kans maakte op de arbeidsmarkt en dat werkgevers hem geen serieuze kans gaven, maar dit werd niet als voldoende grond voor ontheffing gezien. Het College had bovendien passende instrumenten ingezet, zoals aanmelding bij een reïntegratiebureau en het opstellen van een trajectplan.
De Raad verwierp het argument dat het lopende onderzoek naar een voorbereidingsperiode voor zelfstandige arbeid (fotograaf) ontheffing zou rechtvaardigen, omdat dit onderzoek alleen de reële optie van zelfstandigheid beoordeelt en pas bij positieve uitkomst arbeidsverplichtingen tijdelijk kunnen worden opgeschort.
De Raad concludeerde dat het College het verzoek om ontheffing in redelijkheid heeft afgewezen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Er werd geen aanleiding gezien om appellant in de proceskosten te veroordelen.
Uitkomst: Het verzoek om ontheffing van arbeidsverplichtingen is in redelijkheid afgewezen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.