ECLI:NL:CRVB:2006:AY3916
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- W.I. Degeling
- Rechtspraak.nl
Geen bijstandsuitkering wegens onduidelijk verblijfadres appellant
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) en later de Wet werk en bijstand (Wwb). Het College van burgemeester en wethouders van Almere wees de aanvragen af omdat het feitelijke verblijfadres van appellant niet kon worden vastgesteld.
Appellant gaf onvoldoende gevolg aan verzoeken om aanvullende gegevens te verstrekken, zoals een onderhuurcontract. Huisbezoeken en buurtonderzoek leverden geen nieuwe informatie op. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overwoog dat het College niet verplicht was tot een diepgaander onderzoek naar de woonsituatie, gelet op de eerdere gegevens en het gebrek aan medewerking van appellant. Ook de verklaring van de huiseigenaar en latere toekenning van bijstand na nader onderzoek veranderden hier niets aan.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 juli 2006. De Raad zag geen aanleiding om appellant in de proceskosten te veroordelen.
Uitkomst: De bijstandsuitkering wordt afgewezen omdat het verblijfadres van appellant niet vast te stellen is.