ECLI:NL:CRVB:2006:AY3966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzonder geval
Appellante verzocht kinderbijslag met terugwerkende kracht over de jaren 2000, 2001 en 2002. De Sociale verzekeringsbank (Svb) had eerder kinderbijslag geweigerd vanaf het derde kwartaal 2001 vanwege haar verblijfsstatus. Bij een nieuwe aanvraag in december 2003, toen zij een geldige verblijfstitel had, werd kinderbijslag toegekend vanaf het vierde kwartaal 2002.
Appellante stelde dat zij door mishandeling door haar echtgenoot niet eerder een aanvraag kon indienen en dat dit een bijzonder geval vormde. De Svb en rechtbank oordeelden dat er geen sprake was van een bijzonder geval zoals bedoeld in artikel 14, derde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW), omdat appellante eerder wel een aanvraag had ingediend.
De Raad volgde dit oordeel en benadrukte dat de Svb terecht de aanvraag als nieuw had aangemerkt en dat de terugwerkende kracht beperkt is tot een jaar voorafgaand aan het kalenderkwartaal van de aanvraag. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af.
Uitkomst: De kinderbijslag wordt toegekend vanaf het vierde kwartaal 2002, zonder terugwerkende kracht voor eerdere perioden.