ECLI:NL:CRVB:2005:AU6893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en hernieuwde beoordeling van ANW-nabestaandenuitkering wegens te late gegevensaanlevering
Appellant had een ANW-nabestaandenuitkering die per juni 2000 werd geschorst en vervolgens beëindigd wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens. Appellant diende later alsnog de gevraagde gegevens in en verzocht om nabetaling van de uitkering met terugwerkende kracht. De Sociale verzekeringsbank wees dit af, stellende dat het niet tijdig reageren aan appellant te wijten was en dat de aanvraag als een nieuwe aanvraag moest worden behandeld zonder volledige terugwerkende kracht.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit tot beëindiging terecht was, maar dat de brief van appellant van 7 december 2000 als een nieuwe aanvraag moest worden gezien. Deze nieuwe aanvraag is echter geen herhaalde aanvraag in de zin van artikel 4:6 van Pro de Awb, omdat het recht op uitkering na intrekking was beëindigd.
De Raad bepaalde dat de nieuwe aanvraag volgens de ANW-regels moet worden beoordeeld, waarbij terugwerkende kracht van minder dan een jaar in beginsel volledig toegekend moet worden. Het standpunt van de Sociale verzekeringsbank dat artikel 33, vierde lid, van de ANW niet van toepassing is na intrekking, werd verworpen. De Raad vernietigde het bestreden besluit, veroordeelde de Sociale verzekeringsbank tot vergoeding van proceskosten en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de Sociale verzekeringsbank moet een nieuw besluit nemen waarbij de nieuwe aanvraag met terugwerkende kracht wordt beoordeeld.