ECLI:NL:CRVB:2006:AY4819
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juiste opzegtermijn bij toekenning WW-uitkering na faillissement werkgever
Betrokkene 1 en betrokkene 2 waren werknemers van werkgevers die failliet werden verklaard. Na de eerste rechtsgeldige opzegging door de werkgevers, volgde een tweede opzegging door de curator. Betrokkenen vorderden dat de tweede opzegging bepalend zou zijn voor de opzegtermijn.
De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond wegens onvoldoende motivering van de besluiten van appellant. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de eerste rechtsgeldige opzegging bepalend is voor de vaststelling van de opzegtermijn, conform artikel 64 van Pro de Werkloosheidswet en artikel 40 van Pro de Faillissementswet.
De Raad stelt vast dat de curator de eerdere opzeggingen niet heeft ingetrokken of herzien en dat de arbeidsovereenkomsten rechtsgeldig zijn opgezegd door de werkgevers. De opzegtermijn is gemaximeerd op zes weken, en de doorwerking na afloop van deze termijn verandert hieraan niets.
Daarom vernietigt de Raad de eerdere uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen ongegrond. Tevens wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen tegen de bestreden besluiten worden ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken vernietigd.