ECLI:NL:CRVB:2006:AY4915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- W.I. Degeling
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding in bijstandszaak
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Arnhem dat een bezwaar op grond van de Wet werk en bijstand ongegrond verklaarde. Het beroep werd door de rechtbank Arnhem niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de zeswekentermijn voor het indienen van het beroepschrift.
In hoger beroep heeft appellant zich tegen deze niet-ontvankelijkverklaring verzet. De Centrale Raad van Beroep heeft de toepasselijke wettelijke bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) toegepast, die bepalen dat een beroepschrift binnen zes weken na bekendmaking van het besluit moet worden ingediend. Bij verzending per post geldt een ruime ontvangsttermijn van een week na afloop van de termijn.
De Raad constateert dat het beroepschrift op 12 juli 2005 door de rechtbank is ontvangen, terwijl de uiterste ontvangstdatum bij postverzending 11 juli 2005 was. De Raad laat in het midden of het beroepschrift per post is verzonden, maar oordeelt dat appellant in verzuim is geweest en dat de niet-ontvankelijkverklaring door de rechtbank terecht is uitgesproken.
De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep wordt verworpen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.