ECLI:NL:CRVB:2006:AY4920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling laten van bijstandsaanvraag wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Appellant diende op 5 januari 2004 een aanvraag om bijstand in. Omdat hij niet alle gevraagde gegevens, waaronder bankafschriften van de laatste drie maanden, tijdig aanleverde, stelde het College hem meerdere keren in de gelegenheid deze alsnog te verstrekken. Na het verstrijken van de hersteltermijn zonder volledige aanlevering, besloot het College de aanvraag niet verder in behandeling te nemen.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard door het College en bevestigd door de rechtbank Rotterdam. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het College bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te laten op grond van artikel 4:5 Awb Pro, omdat de gevraagde gegevens noodzakelijk waren voor de beoordeling en appellant redelijkerwijs over deze gegevens kon beschikken.
De Raad benadrukt dat appellant de ontbrekende bankafschriften bij de bank had kunnen opvragen en dat het College zelfs na de hersteltermijn nog meerdere kansen bood om de gegevens te leveren. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gelaten vanwege het niet tijdig aanleveren van noodzakelijke gegevens.