ECLI:NL:CRVB:2006:AY4974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- W.I. Degeling
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstand voor bedrijfskapitaal wegens gebrek aan levensvatbaarheid onderneming
Appellant, die sinds mei 2002 een bijstandsuitkering ontvangt, vroeg bijstand aan voor bedrijfskapitaal om een onderneming in het vervoer en de bemiddeling van tweedehands auto's te starten. Na een negatief advies van IMK Intermediair, waarin werd geconcludeerd dat appellant onvoldoende onderbouwing gaf voor omzetverwachtingen en dat zijn ondernemerskwaliteiten tekortschoten, wees het College zijn aanvraag af. Een tweede aanvraag met aanvullende gegevens werd eveneens afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellant nog steeds geen deugdelijke onderbouwing gaf voor de omzetverwachtingen en onvoldoende had voldaan aan de aanbevelingen van IMK, zoals het verbeteren van zijn voorbereiding en taalvaardigheid.
De Raad stelde vast dat het College niet verplicht was om opnieuw advies van IMK te vragen, omdat de tweede aanvraag geen wezenlijk nieuwe inzichten bood. Ook de tweede afwijzingsgrond, dat het gevraagde kapitaal hoger was dan het maximum volgens het Besluit bijstandverlening zelfstandigen, behoefde geen bespreking meer.
De Raad concludeerde dat appellant niet had aangetoond dat sprake was van een levensvatbare onderneming en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor bedrijfskapitaal wegens het ontbreken van een levensvatbare onderneming.