ECLI:NL:CRVB:2006:AY4995
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Herziening afwijzing overname niet-genoten vakantie-uren na faillissement werkgever
Appellante was in dienst bij een werkgever die failliet ging. Zij vorderde van het UWV de overname van achterstallige betalingsverplichtingen, waaronder circa 240 niet-genoten vakantie-uren. Het UWV weigerde dit omdat de curator de vordering niet erkende en er twijfel bestond over de juistheid van de claim.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV voldoende onderzoek had gedaan en zich mocht baseren op informatie van de curator. Appellante betwistte de opname van vakantie tijdens ziekte en verwees naar jurisprudentie over bewijslastverdeling.
De Raad oordeelt dat het UWV onvoldoende onderzoek heeft verricht en zich ten onrechte heeft gebaseerd op onduidelijke informatie van curator en werkgever. Er was geen deugdelijke motivering voor de afwijzing en het UWV had nadere informatie moeten inwinnen, bijvoorbeeld over verrekening van loon en vakantie-uren.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, gelast het UWV een nieuw besluit te nemen en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellante. Tevens dient het griffierecht te worden vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot afwijzing van de overname van niet-genoten vakantie-uren wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.