ECLI:NL:CRVB:2006:AY5150
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Herziening veronderstelde ouderlijke bijdrage studiefinanciering op grond van onjuiste gegevens
De zaak betreft een hoger beroep van de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht inzake de herziening van de veronderstelde ouderlijke bijdrage in het kader van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000). De IB-Groep had aanvankelijk de bijdrage vastgesteld op €40,81 per maand, maar na correctie van onjuiste gegevens door de Belastingdienst werd deze bij herzieningsbesluit verhoogd naar €120,88 per maand.
De rechtbank had geoordeeld dat het rechtszekerheidsbeginsel aan volledige terugwerkende kracht van de herziening in de weg stond, omdat betrokkene redelijkerwijs niet kon weten dat het oorspronkelijke besluit onjuist was. De Centrale Raad van Beroep stelt echter dat de wetgever in artikel 7.1, tweede lid, onder c, Wsf 2000, expliciet heeft bepaald dat het weten of redelijkerwijs kunnen weten van de onjuistheid niet relevant is voor het ontstaan van de herzieningsbevoegdheid in die situatie.
De Raad benadrukt dat de IB-Groep met terugwerkende kracht kan herzien indien de veronderstelde ouderlijke bijdrage op basis van onjuiste of onjuist verwerkte gegevens te hoog of te laag is vastgesteld, zonder aanvullende voorwaarden. Het beleid van de IB-Groep om in geval van meerdere fouten bij dezelfde gegevens een uitzondering te maken, wordt niet betwist. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waarmee de herziening van de ouderlijke bijdrage wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de bevoegdheid van de IB-Groep tot herziening van de ouderlijke bijdrage met terugwerkende kracht en verklaart het beroep ongegrond.