ECLI:NL:CRVB:2006:AY5162
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Herziening aanvullende studiefinanciering op grond van onjuiste inkomensgegevens
Deze zaak betreft het hoger beroep van de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht over de herziening van een aanvullende studiefinancieringsbeurs. Betrokkene had een aanvullende beurs ontvangen op basis van een door zijn ouders opgegeven inkomen. Later herzag de IB-Groep dit bedrag met terugwerkende kracht op grond van door de Belastingdienst vastgestelde inkomensgegevens, waarbij te veel ontvangen bedragen werden teruggevorderd.
De rechtbank had geoordeeld dat de herziening niet zonder meer geoorloofd was omdat betrokkene redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat het oorspronkelijke besluit onjuist was. De Centrale Raad van Beroep stelt echter dat de wetgever in artikel 7.1, tweede lid, onder c, van de Wet studiefinanciering 2000 expliciet heeft bepaald dat herziening mogelijk is op grond van onjuiste of onjuist verwerkte gegevens, zonder dat het relevant is of de betrokkene daarvan op de hoogte was.
De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de IB-Groep gegrond. De herziening met terugwerkende kracht is toegestaan en het besluit tot terugvordering blijft gehandhaafd. Betrokkene heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. Ook financiële moeilijkheden van betrokkene vormen geen grond voor afwijking.
De Raad ziet geen reden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en verklaart het inleidend beroep ongegrond.
Uitkomst: De herziening van de aanvullende beurs met terugwerkende kracht is geoorloofd en het besluit tot terugvordering wordt gehandhaafd.