ECLI:NL:CRVB:2006:AY5356

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 juli 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-5410 AKW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant heeft hiertegen verzet aangetekend en gesteld dat hij het griffierecht wel heeft betaald en bereid is dit opnieuw te voldoen.

Tijdens de zitting op 16 juni 2006 waren beide partijen niet aanwezig. De Raad heeft vastgesteld dat het griffierecht niet tijdig is voldaan, noch door bijschrijving op de rekening van de Raad, noch door storting ter griffie. De bereidheid van appellant om alsnog te betalen doet hieraan niet af, aangezien de termijn al verstreken is.

Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond en ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 juli 2006.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet tijdige betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

05/5410 AKW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 juli 2005, 04/4268 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb)
Datum uitspraak: 28 juli 2006
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 6 januari 2006 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald.
Tegen de uitspraak van de Raad van 6 januari 2006 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting op 16 juni 2006, waar beide partijen – de Svb met voorafgaand bericht – niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Ten gevolge van het gedane verzet dient de Raad thans de vraag te beantwoorden of het hoger beroep terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
In het verzetschrift heeft appellant aangegeven dat hij het griffierecht heeft betaald en dat hij bereid is het griffierecht nogmaals te voldoen.
De Raad stelt vast dat het griffierecht niet binnen de aan appellant gestelde termijn is betaald in de vorm van bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel gestort ter griffie van de Raad en dat de bereidheid van appellant om het griffierecht alsnog te betalen geen afbreuk doet aan de uitspraak waartegen appellant in verzet is gekomen. De termijn om het griffierecht te voldoen is immers (al lang) verstreken.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard als voorzitter en J. Brand en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 28 juli 2006.
(get.) G.J.H. Doornewaard.
(get.) M.C.T.M. Sonderegger.
RG