ECLI:NL:CRVB:2006:AY5376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omzetting AAW-uitkering naar WAZ-uitkering en juistheid vastgestelde beperkingen
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar uitkering per 1 januari 1998 om te zetten van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) naar de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55 tot 65%. De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard, waarbij zij oordeelde dat de vastgestelde beperkingen en de mate van arbeidsongeschiktheid juist waren vastgesteld.
In hoger beroep heeft appellante een medisch rapport overgelegd van een zenuwarts uit 2004, waarin werd gesteld dat zij volledig arbeidsongeschikt zou zijn. De Raad overwoog echter dat dit rapport betrekking had op een latere datum dan de datum in geschil, namelijk 1 januari 1998, en dat het niet kon worden aangenomen dat appellante toen al volledig arbeidsongeschikt was.
De Raad hechtte meer waarde aan het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts, die appellante rond de datum in geschil heeft onderzocht en daarbij ook informatie van huisartsen en specialisten heeft betrokken. Op grond hiervan concludeerde de Raad dat de mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65% terecht was vastgesteld en dat het hoger beroep niet kon slagen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de omzetting van de AAW-uitkering naar een WAZ-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55 tot 65% wordt bevestigd.