ECLI:NL:CRVB:2006:AY5533
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen
Appellant ontving een WW-uitkering die door het UWV met 30% werd verlaagd voor een periode van 16 weken omdat hij onvoldoende had gesolliciteerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat hij niet voldeed aan de sollicitatieplicht en zijn persoonlijke omstandigheden geen dringende reden vormden om van de maatregel af te zien.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij wel voldoende solliciteerde door zich persoonlijk bij werkgevers te melden en dat zijn leeftijd, artrose en werktijden het vinden van passend werk bemoeilijkten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de algemene vooronderstelling geldt dat voldoende sollicitaties de kans op werk vergroten en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat deze vooronderstelling voor hem niet gold.
De Raad stelde vast dat appellant geen verifieerbare sollicitaties had opgegeven en dat het UWV niet verplicht was nader onderzoek te doen naar beschikbare passende arbeid. De persoonlijke omstandigheden van appellant waren niet van dien aard dat zij een dringende reden vormden om van de maatregel af te zien. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de verlaging van de WW-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de WW-uitkering met 30% voor 16 weken wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen wordt bevestigd.