ECLI:NL:CRVB:2006:AY5862
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verzet wegens termijnoverschrijding in WWB-zaak
Appellante heeft tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad heeft dit hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens heeft appellante verzet ingesteld tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De Raad heeft overwogen dat de termijn voor het indienen van het verzetschrift zes weken bedraagt en dat deze termijn is verstreken voordat het verzetschrift werd ontvangen. Hoewel het verzetschrift op 8 juni 2006 per post is verzonden en op 9 juni 2006 is ontvangen, liep de termijn van 5 april 2006 tot en met 16 mei 2006, waardoor het verzet te laat is ingediend.
Appellante heeft geen omstandigheden aangevoerd die maken dat zij niet in verzuim kan worden geacht. De Raad benadrukt dat het op de weg van de betrokkene ligt om tijdig adreswijzigingen door te geven, en dat het risico van het niet tijdig ontvangen van stukken door het niet doorgeven van juiste adresgegevens voor rekening van de betrokkene komt.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzet niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.A.J. van den Hurk op 8 augustus 2006.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de verzetstermijn.