ECLI:NL:CRVB:2006:AY6078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning wettelijke rente en proceskosten bij vertraagde WAO-uitkering
Appellante stelde bezwaar tegen een besluit van het UWV waarbij haar WAO-uitkering werd verlaagd van 80-100% naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna appellante hoger beroep instelde. Tijdens het beroep trok het UWV het eerdere besluit in en herstelde de uitkering naar het oorspronkelijke percentage.
Appellante vorderde vergoeding van griffierecht en schadevergoeding wegens beoordelingsfouten en de vertraagde betaling van de uitkering. De rechtbank wees de schadevergoeding af wegens gebrek aan onderbouwing. In hoger beroep stelde appellante dat zij in ieder geval recht had op wettelijke rente over de niet tijdig betaalde uitkering.
Het UWV erkende nalatigheid en bood aan de wettelijke rente te vergoeden. De Centrale Raad van Beroep vernietigde het eerdere vonnis voor zover het de schadevergoeding betrof, veroordeelde het UWV tot betaling van wettelijke rente vanaf 1 september 2002 tot de dag van volledige voldoening, en wees proceskosten toe aan appellante. Tevens werd het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de vertraagde WAO-uitkering en vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.