ECLI:NL:CRVB:2006:AY6350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schadevergoeding forfaitaire wettelijke rente bij nabetaling WAO-uitkering
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het UWV inzake de toekenning van een schadevergoeding wegens vertraging in de nabetaling van zijn WAO-uitkering. Het UWV had een schadevergoeding toegekend in de vorm van wettelijke rente over de periode van de nabetaling, en een aanvullende vergoeding voor belastingschade, maar weigerde vergoeding van kredietkosten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat vaste rechtspraak van de Raad bepaalt dat schade door gederfde rente en extra kredietkosten wordt gecompenseerd door de wettelijke rentevergoeding. Appellant voerde aan dat deze rechtspraak afwijkt van het civiele recht, maar de Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin is bevestigd dat de omvang van de daadwerkelijk geleden schade niet relevant is en dat de forfaitaire wettelijke rentevergoeding geldt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af. De Raad oordeelt dat het forfaitaire karakter van de schadevergoeding in overeenstemming is met artikel 6:119 BW Pro en dat geen aanleiding bestaat tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de forfaitaire schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente wordt bevestigd.