ECLI:NL:CRVB:2006:AY6415
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemeld buitenlands vermogen
Appellant ontving bijstand vanaf 10 april 2002, aanvankelijk op grond van de Algemene bijstandswet en vanaf 1 januari 2004 op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een onderzoek naar zijn vermogen in Turkije, waarbij bleek dat appellant meer onroerend goed bezat dan gemeld, heeft het College de bijstand per 1 april 2004 ingetrokken en de kosten over de periode van 10 april 2002 tot en met 31 maart 2004 teruggevorderd.
Appellant voerde aan dat hij niet eigenaar was van bepaalde onroerende zaken en betwistte de waarde daarvan. De voorzieningenrechter vernietigde het besluit deels vanwege een onjuiste wettelijke grondslag, maar liet de intrekking per 1 april 2004 in stand. Het College handhaafde het besluit bij een nieuw besluit van 27 mei 2005.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet beschikte over de genoemde vermogensbestanddelen en dat hij zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden. Hierdoor kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De Raad verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk voor zover het betrekking heeft op de intrekking en terugvordering en verklaart het beroep tegen het besluit van 27 mei 2005 ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk voor intrekking en terugvordering, en het beroep tegen het besluit van 27 mei 2005 is ongegrond verklaard.