ECLI:NL:CRVB:2003:AO1106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet nakomen inlichtingenplicht met boeteherziening
Appellant, die sinds een ongeval in 1997 een bijstandsuitkering ontving, werd geconfronteerd met intrekking en terugvordering van bijstand nadat bleek dat hij een schadevergoeding ontving en een auto had aangeschaft zonder dit te melden. De gemeente Harderwijk stelde dat appellant beschikte over vermogen boven het vrij te laten bedrag, waarop de uitkering werd ingetrokken en teruggevorderd, en een boete werd opgelegd wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond, vernietigde het besluit over de terugvordering van bijstand over een deelperiode en de boete, en bepaalde dat de gemeente een nieuw besluit moest nemen. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat een deel van de intrekking en terugvordering onterecht was, met name over de periode vóór de beschikking over de schadevergoeding. Tevens werd vastgesteld dat appellant correct was gewezen op zijn zwijgrecht en het voornemen tot boeteoplegging, maar dat de boete te hoog was vastgesteld.
De Raad vernietigde het besluit tot intrekking van de bijstand over de periode van 20 april 1998 tot en met 21 januari 2000 wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht, maar bevestigde de intrekking over de periode daarna vanwege schending van de inlichtingenplicht. De boete werd herzien naar €616, gebaseerd op het nieuwe Boetebesluit sociale zekerheidswetten. De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het onderzoek naar eventuele renteschade werd heropend om nadere specificatie te verkrijgen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand over een deelperiode wordt vernietigd, de boete wordt verlaagd naar €616 en proceskosten worden toegewezen.