ECLI:NL:CRVB:2006:AY6562
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WAO-dagloon en vergoeding wettelijke rente na terugkomen besluit UWV
Appellant, voormalig werknemer bij Volvo Car B.V., kreeg in 1990 een WAO-uitkering toegekend met een vastgesteld dagloon. Later verzocht hij om herziening van het dagloon vanwege het niet meenemen van onder meer pensionkostentoeslag en reiskostenvergoeding. Tevens vorderde hij wettelijke rente over de nabetaling. De rechtbank wees de herziening af maar oordeelde dat het UWV onrechtmatig had gehandeld door geen rente toe te kennen vanaf de aanmaningsdatum.
De Centrale Raad overweegt dat het UWV bevoegd is terug te komen op een onherroepelijk besluit, maar dat nieuwe stellingen na bezwaar geen acht kunnen krijgen. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank over de wettelijke rente vanaf de aanmaningsdatum en wijst het beroep op het gelijkheidsbeginsel af. Wel acht de Raad het onjuist dat de CAO-toeslag niet werd meegenomen bij de dagloonherziening.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten en wordt het griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.