ECLI:NL:CRVB:2015:2207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening vergoeding wettelijke rente bij gedifferentieerde WAO-premie na onjuiste Uwv-besluiten
De zaak betreft een geschil tussen [de B.V.] en het Uwv over de herberekening van de gedifferentieerde WAO-premie en de vergoeding van wettelijke rente over de gerestitueerde premie. Het Uwv had eerder besluiten genomen over de premie voor de jaren 2000 tot en met 2005, gebaseerd op WAO-uitkeringen van 1998 tot en met 2003, zonder dat [de B.V.] daartegen rechtsmiddelen had aangewend.
Na ontvangst van WAO-instroomlijsten en het verzoek van [de B.V.] om herberekening, stelde het Uwv de premie nader vast en keerde een bedrag van €107.388,02 terug. Over de wettelijke rente werd aanvankelijk rente toegekend vanaf 7 februari 2007, de datum waarop alle relevante gegevens waren verstrekt. De rechtbank oordeelde dat het Uwv de wettelijke rente vanaf 1 juli van het betreffende premiejaar moest vergoeden, vanwege een gangbare praktijk binnen het Uwv.
Het Uwv stelde in hoger beroep dat deze gangbare praktijk beperkt was tot een kleine afdeling en dat het gelijkheidsbeginsel niet verplicht tot voortzetting van deze onjuiste gedragslijn. De Raad oordeelde dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt. Tevens werd vastgesteld dat [de B.V.] niet tijdig rechtsmiddelen had gebruikt en dat de schade mede aan haar moest worden toegerekend. Wel achtte de Raad billijk dat wettelijke rente vanaf 1 april 2006 wordt vergoed, omdat vanaf die datum het Uwv gegevens ontving die twijfel opriepen over de premies.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het Uwv wettelijke rente vanaf 1 april 2006 moet vergoeden. Tevens werd het Uwv veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het Uwv moet wettelijke rente over de gerestitueerde WAO-premie vergoeden vanaf 1 april 2006.