ECLI:NL:CRVB:2006:AY6723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en vermogensoverschrijding
Appellant ontving vanaf 1 juli 1999 bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Uit navraag bij de RDW bleek dat appellant meerdere motorvoertuigen op zijn naam had staan, waaronder een Mercedes uit 1992, wat aanleiding gaf tot opschorting en nader onderzoek door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Grootegast.
Het College trok bijstand in vanaf 13 september 1999 wegens het niet melden van deze voertuigen en het overschrijden van de vermogensgrens. Appellant voerde aan dat het verzoek om inlichtingen onrechtmatig was en dat de Mercedes eigendom was van zijn broer. De Raad oordeelde dat het kentekenbewijs op naam van appellant de vooronderstelling van eigendom en beschikking over het vermogen rechtvaardigt, en dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat dit niet het geval was.
De Raad stelde vast dat de intrekking van de bijstand terecht was voor de periode 13 september 1999 tot en met 24 september 2002, maar dat de intrekking voor de periode daarna onvoldoende was gemotiveerd en vernietigde dat deel van het besluit. Tevens werd het College veroordeeld tot betaling van de proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Intrekking bijstand bevestigd voor 13 september 1999 tot 24 september 2002, vernietigd voor periode daarna; College veroordeeld in proceskosten.