ECLI:NL:CRVB:2006:AY6799
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking en terugvordering WW-uitkering wegens niet gemelde zelfstandige werkzaamheden
Appellant ontving vanaf 12 februari 1997 een WW-uitkering, die later werd herzien nadat bleek dat hij werkzaamheden als zelfstandige verrichtte die niet of niet volledig waren gemeld aan het UWV. Het UWV beëindigde de uitkering gedeeltelijk over 1997 en geheel over 1998 en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug.
Appellant stelde dat veel van zijn activiteiten niet als arbeid konden worden beschouwd en betwistte de omvang van de werkzaamheden. De Raad oordeelde dat niet alleen gefactureerde uren relevant zijn, maar ook uren besteed aan acquisitie, reizen, correspondentie en andere bedrijfsactiviteiten. De inschatting van het UWV werd als juist beoordeeld.
Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het gericht was tegen een besluit dat was ingetrokken en vervangen. De Raad verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond en bevestigde de terugvordering van €7.819,55. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nieuwe UWV-besluit wordt ongegrond verklaard met bevestiging van intrekking en terugvordering van de WW-uitkering.