ECLI:NL:CRVB:2006:AY6803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht motorvoertuigen
Appellant ontving vanaf 1996 een bijstandsuitkering. In 2002 bleek uit navraag bij de RDW dat hij twee motorfietsen op zijn naam had staan, wat hij niet had gemeld aan het College. Het College trok de bijstand met ingang van juni 2001 in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het College gerechtigd was informatie bij de RDW in te winnen en dat het niet melden van het bezit van de motoren een schending van de inlichtingenplicht was. Appellant slaagde er niet in te bewijzen dat hij niet over het vermogen beschikte. De waarde van de motoren overschreed de vrijlatingsgrens, waardoor het recht op bijstand niet bestond.
De Raad zag geen dringende redenen om af te zien van intrekking of terugvordering. De terugvordering van €14.738,54 werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens niet-melding van motorvoertuigen wordt bevestigd.