ECLI:NL:CRVB:2006:AY6808
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde Ziektewet-uitkering wegens verzwegen werkzaamheden
Appellant ontving van 12 februari 2001 tot 1 januari 2002 een Ziektewet-uitkering. Het UWV stelde vast dat appellant vanaf 25 mei 2001 werkzaamheden verrichtte voor twee werkgevers, terwijl hij dit niet had gemeld. Hierdoor werd de uitkering onterecht betaald. Het UWV herzag de uitkering met terugwerkende kracht en vorderde het onverschuldigd betaalde bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat hij slechts onkostenvergoeding ontving voor beperkte werkzaamheden voorafgaand aan zijn formele indiensttreding. De Raad oordeelde echter dat appellant wel degelijk werkzaamheden verrichtte die verder gingen dan alleen doorlichting en dat hij hiervoor een vergoeding ontving.
Op basis van verklaringen, onderzoeksrapporten en het feit dat appellant als bestuurder was ingeschreven en zelfstandig bevoegd was, concludeerde de Raad dat het UWV terecht de uitkering heeft herzien en het teveel betaalde bedrag mocht terugvorderen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van onverschuldigd betaalde Ziektewet-uitkering wordt bevestigd.