ECLI:NL:CRVB:2006:AY6831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van uitspraken inzake WAO-uitkeringsbesluiten en eerlijke proceswaarborg
Appellante maakte bezwaar tegen besluiten van het Uwv betreffende de toekenning en herziening van WAO-uitkeringen aan een voormalige werkneemster met psychische klachten. De rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen van appellante ongegrond, waarbij werd overwogen dat de geschillen betrekking hebben op de WAO-uitkering en niet op premiedifferentiatie.
De rechtbank oordeelde dat de medische gegevens van de werkneemster terecht niet aan appellante werden verstrekt, met inachtneming van de waarborgen van artikel 6 EVRM Pro voor een eerlijk proces en de bescherming van privacy zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. Appellante kon haar belangen voldoende behartigen zonder afbreuk te doen aan de rechten van de werkneemster.
In hoger beroep herhaalde appellante haar grieven, maar bracht geen nieuwe argumenten aan. De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat de rechtbank de grieven afdoende en gemotiveerd heeft behandeld en bevestigde de aangevallen uitspraken. De Raad vond geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
De zaak betreft onder meer de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid en de hoogte van de WAO-uitkering, waarbij de medische en arbeidsdeskundige rapportages het uitgangspunt vormden. Het procesverloop en de procedurele aspecten werden zorgvuldig gewogen tegen de eisen van een eerlijk proces en privacybescherming.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraken van de rechtbank en verklaart de beroepen van appellante ongegrond.