ECLI:NL:CRVB:2006:AY6957
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorwaardelijk strafontslag en overplaatsing politieagent wegens relatie met criminele familie
Appellant, brigadier van politie, had een relatie met mevrouw J.S., lid van een familie met een criminele reputatie. Na een intern onderzoek en gesprekken met zijn chef werd hij gewaarschuwd om zeer terughoudend te zijn in contacten met deze familie. Desondanks verzwijgde hij de relatie maandenlang en was hij onvoldoende terughoudend in zijn contacten.
De Korpsbeheerder legde appellant op grond van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) een voorwaardelijk strafontslag en een overplaatsing op. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de relatie onterecht als risicovol werd beschouwd en dat de straf en overplaatsing disproportioneel waren.
De Raad oordeelde dat het plichtsverzuim voldoende vaststond en dat de meldingsplicht en terughoudendheid terecht waren opgelegd. De opgelegde straf was niet onevenredig gezien de ernst van het plichtsverzuim en het belang van het korps. Ook de overplaatsing was gerechtvaardigd om risico's van vermenging van privé en werk te beperken. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het voorwaardelijk strafontslag en de overplaatsing van appellant wegens plichtsverzuim en risico voor het korps.