ECLI:NL:CRVB:2006:AY7052
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maatregel blijvende weigering WW-uitkering wegens niet aanvaarden passende arbeid
Betrokkene was werkzaam als containermonteur bij een werkgever en werd per 31 oktober 2004 werkloos. Kort daarna werd hem een functie als containermonteur aangeboden bij een andere werkgever, welke hij aanvankelijk niet accepteerde vanwege een aanzienlijke achteruitgang in salaris en verslechtering van overige arbeidsvoorwaarden.
De werkgever legde daarop een maatregel op tot blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wegens het niet aanvaarden van passende arbeid. De rechtbank oordeelde dat het aanbod geen passende arbeid was vanwege de salarisachteruitgang en andere verslechteringen, en vernietigde de maatregel.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde dat het aanbod passend was qua functie, maar dat de achteruitgang in salaris en arbeidsvoorwaarden bij het intreden van de werkloosheid te groot was om het werk als passend te beschouwen. Dat betrokkene de functie later wel aanvaardde, deed hieraan niet af.
De Raad veroordeelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot betaling van proceskosten en bevestigde de vernietiging van de maatregel.
Uitkomst: De maatregel tot blijvende gehele weigering van de WW-uitkering is onterecht en wordt vernietigd.