ECLI:NL:CRVB:2006:AY7631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde bijstand na bezwaar en hoger beroep
Appellante ontving bijstand over verschillende perioden, waaronder als alleenstaande en later als gehuwde en alleenstaande ouder. Het College van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen voerde onderzoek uit naar de rechtmatigheid van de verleende bijstand, waarbij werd vastgesteld dat de partner van appellante inkomsten had genoten die niet waren opgegeven.
Het College trok het recht op bijstand over de periode van 3 augustus tot en met 30 september 1997 in en vorderde de gemaakte kosten terug. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en tegen een zogenaamd 'onbekend besluit'. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de onbekende besluiten niet-ontvankelijk en het beroep tegen de terugvordering ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Het hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen onbekende besluiten wordt verworpen wegens gebrek aan belang. De Raad stelt vast dat het College terecht de terugvordering heeft ingesteld en dat appellante en haar partner hoofdelijk aansprakelijk zijn. Er zijn geen dringende redenen om van terugvordering af te zien.
De Raad ziet geen aanleiding tot een veroordeling in de proceskosten en bevestigt het bestreden vonnis voor zover het de terugvordering betreft.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard voor het beroep tegen onbekende besluiten en de terugvordering van bijstand wordt bevestigd.