ECLI:NL:CRVB:2006:AY8616
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende medewerking aan onderzoek zelfstandige activiteiten
Appellant ontving een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam trok deze uitkering met ingang van 1 augustus 2003 in omdat appellant onvoldoende meewerkte aan een onderzoek naar zijn zelfstandige activiteiten.
Tijdens gesprekken met de sociale dienst gedroeg appellant zich bedreigend en schold medewerkers uit, waardoor het onderzoek niet kon worden afgerond. Appellant stelde dat hij niet moedwillig had bedreigd, maar de Raad volgde deze stelling niet vanwege de ernst van het gedrag zoals vastgelegd in rapporten.
De Raad oordeelde dat appellant de medewerkingsplicht uit artikel 65, tweede lid, Abw had geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Gezien het imperatieve karakter van artikel 69, derde lid, Abw was intrekking van de bijstand gerechtvaardigd. Appellant voerde geen dringende redenen aan om van intrekking af te zien.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam werd bevestigd. De Raad wees ook het beroep op het vertrouwensbeginsel af, omdat appellant niet alle gevraagde gegevens had verstrekt ondanks toezeggingen van het College.
De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 5 september 2006 en bevestigt de intrekking van de bijstand met ingang van 1 augustus 2003.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens onvoldoende medewerking aan het onderzoek wordt bevestigd.