ECLI:NL:CRVB:2006:AY8698
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gedifferentieerde WAO-premie bij overgang van onderneming
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie over het jaar 2005, waarbij het UWV rekening hield met WAO-uitkeringen van ex-werknemers van een andere onderneming, [de B.V. 1]. De werkgever betwistte dat er sprake was van een overgang van onderneming van [de B.V. 1] naar haar.
De rechtbank Zutphen oordeelde dat de werkgever het recht had om deze grief te uiten, ook al had zij dit eerder kunnen doen, en vernietigde het besluit van het UWV. De rechtbank handhaafde echter de rechtsgevolgen van het besluit omdat de identiteit van [de B.V. 1] was overgegaan doordat de productiecapaciteit was geïntegreerd.
De Centrale Raad van Beroep stelt dat eenmaal vaststaande overgang van onderneming niet opnieuw ter discussie kan worden gesteld bij latere premiejaarbesluiten. Omdat het besluit van 4 april 2002, waartegen geen rechtsmiddel is ingesteld, duidelijk maakte dat de werkgever [de B.V. 1] had overgenomen, kan de werkgever de overgang niet opnieuw betwisten voor 2005.
Daarom vernietigt de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de werkgever ongegrond. Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.