ECLI:NL:CRVB:2006:AY9597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en opschorting loonkostensubsidie wegens onvoldoende medewerking
De Stichting [stichting 2] ontving een loonkostensubsidie op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en de Reïntegratieverordening van Amsterdam. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft de subsidie opgeschort en later ingetrokken vanwege onvoldoende medewerking van de Stichting aan de inventarisatie van gesubsidieerde werknemers en reïntegratieactiviteiten gericht op uitstroom naar reguliere arbeid.
Appellanten voerden aan dat zij wel medewerking hadden verleend, dat de subsidievoorwaarden onbevoegd waren opgelegd, en dat de intrekking een ontneming van eigendom betrof in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De Raad stelde vast dat de directeur van NV Werk het mandaat had om het subsidievoorwaardenbesluit te nemen en dat het College het mandaat later zelf heeft overgenomen.
De Raad oordeelde dat de Stichting onvoldoende medewerking had verleend, zoals concreet onderbouwd in het intrekkingsbesluit, en dat het College de subsidie terecht had ingetrokken. De Raad stelde ook vast dat de subsidie geen eigendom in de zin van het EVRM betrof, mede omdat de subsidie jaarlijks wordt verleend en vastgesteld, en dat er geen sprake was van onwettige onteigening.
De opschorting van de voorschotbetalingen werd eveneens bevestigd, omdat deze met het intrekkingsbesluit van kracht was komen te vervallen. De Raad wees de bezwaren van appellanten af en bevestigde het bestreden vonnis van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: De intrekking en opschorting van de loonkostensubsidie aan Stichting zijn terecht en worden bevestigd.