ECLI:NL:CRVB:2006:AY9676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R. Kooper
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering teveel betaalde UKR-uitkering wegens toedoen betrokkene
Appellant was werkzaam bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken en ontving vanaf 1 januari 1998 een UKR-uitkering. Na een dienstverband bij de Stichting Natuur en Recreatie (SNR) en ziekte, ontving hij vanaf 30 november 1999 een WAO-uitkering. De minister beëindigde de UKR-uitkering per die datum en vorderde terugbetaling van teveel betaalde bedragen.
De minister beperkte de terugvordering tot de periode 30 november 1999 tot en met mei 2001 omdat niet binnen zes maanden was gereageerd op signalen over de WAO-uitkering. Appellant voerde aan niet op de hoogte te zijn geweest van de uitkeringsregels en betwistte de terugvordering.
De Raad oordeelde dat appellant op de informatieformulieren de wijziging naar WAO-uitkering had moeten doorgeven en dat het handelen van appellant als toedoen kon worden aangemerkt, waardoor de terugvorderingstermijn tot vijf jaar kon worden toegepast. De Raad vond geen onzorgvuldig handelen van de minister en verwierp het beroep van appellant.
Het verzoek tot vergoeding van juridische kosten werd afgewezen omdat dit niet tijdig was ingediend en het bestreden besluit in stand bleef. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Arnhem werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van teveel betaalde UKR-uitkering wegens toedoen van appellant.