ECLI:NL:CRVB:2006:AY9736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding niet terecht vastgesteld door rechtbank
De Korpsbeheerder van de Politieregio Tilburg stelde beroep in tegen een besluit van het UWV van 16 januari 2003, waarin een maatregel werd opgelegd aan een belanghebbende met betrekking tot een WW-uitkering. De rechtbank Breda verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn van zes weken, en oordeelde dat geen sprake was van verschoonbare termijnoverschrijding.
In hoger beroep betoogde appellant dat het besluit niet op de voorgeschreven wijze bekend was gemaakt en dat de beroepstermijn daarom niet was aangevangen. Subsidiair stelde hij dat de overschrijding verschoonbaar was omdat hij het beroep direct na kennisneming had ingesteld. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat onvoldoende was komen vast te staan dat het besluit tijdig aan appellant was toegezonden en dat het onredelijk was te eisen dat appellant het besluit direct zou herkennen in een pakket stukken van een andere procedure.
De Raad concludeerde dat sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank Breda voor inhoudelijke behandeling. Daarnaast werd geoordeeld dat het griffierecht terecht niet werd terugbetaald aan appellant en dat geen toepassing werd gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het vonnis van de rechtbank Breda en wijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling wegens verschoonbare termijnoverschrijding.